• Alle producten zijn toegevoegd aan uw winkelmandje.

Carpaal Tunnel Syndroom - Algemene informatie

Carpaal Tunnel Syndroom

SYNONIEMEN

  • CTS
  • Carpal tunnel
  • Carpal tunnel syndrome
  • Carpaletunnelsyndroom

OORZAAK

Carpaal Tunnel Syndroom, afgekort CTS is een veel voorkomende aandoening. De carpale tunnel is een nauwe doorgang voor zenuwen en pezen  die vanuit de onderarm de hand in lopen. De aandoening zelf betreft een irritatie of beknelling van de nervus medianus, de middelste armzenuw ter hoogte van de pols. In veel gevallen treft het beide polsen tegelijk, en zijn de klachten net wat meer op de voorgrond bij de meeste gebruikte hand.

CTS komt uitgesproken meer voor bij vrouwen dan mannen, met een piek in de leeftijdscategorie 45-55 jaar. Er zijn verschillende triggers die de aandoening in de hand werken:

  • Intensieve belastingen van de hand en polsgewricht
  • Langdurige herhaling van terugkerende patronen met de hand/pols
  • RSI (Repetitive Strain Injury) of klachten door herhaaldelijke overbelasting
  • Ongunstige werkhoudingen
  • Blootstelling aan trillingen in arm en pols
  • Druggebruik

Personen met diabetes (suikerziekte), reumatische aandoeningen, en zwaarlijvigheid hebben een verhoogd risico, daarnaast kan zwangerschap ook een trigger zijn voor de symptomen. Meer specifiek na de 6e maand van de zwangerschap. Na de zwangerschap verdwijnen de klachten hier meestal vanzelf. Verhoogde opeenhoping van vocht (oedeem) is, in een aantal van deze gevallen, de trigger voor een vernauwing van de carpale tunnel aan de pols.

Personen met een triggerfinger of tendovaginitis stenosans worden soms ook met CTS geconfronteerd.

Er bestaat er zekere aanleg voor CTS; in gemiddeld 25% van de gevallen komt het ook voor bij moeder, vader, broers of zussen.

SYMPTOMEN EN KLACHTEN

De aandoening komt veelal naar voor met pijnsymptomen in de combinatie duim, wijsvinger en middelvinger. De klachten zijn aanhoudend, pertinent en veroorzaken dus ook ’s nachts (verhoogde) pijnklachten. De meest voorkomende klachten inzake CTS zijn:

  • Gevoelsverlies of doofheid in de duim, wijsvinger en middelvinger (meestal niet in de pink)
  • Aanhoudende pijn en krachtverlies in de hand
  • Aanhoudende pijn ’s nachts
  • Verschuiving van de pijn richting elleboog
  • Schudden met de hand(en) geeft tijdelijke verlichting van de pijn.

DIAGNOSE

De diagnose wordt gesteld door een arts, welke aan de hand van de locatie en de specifieke klachten eventueel een aantal bijkomende tests zal uitvoeren.

In het geval van operatieve overweging, kan op basis van een elektro-myogram of EMG (zenuwgeleidingsonderzoek) de actuele werking van de zenuwen en spieren onderzocht worden. Hierbij worden door middel van kleine stroomstootjes de goede werking van de zenuwen in beeld gebracht. In geval van onzekerheid kan een bloedonderzoek plaatsvinden om uit te sluiten dat andere aandoeningen de oorzaak van de symptomen zouden kunnen zijn. Daarnaast kan ook een röntgenfoto gemaakt worden om eventuele botafwijkingen finaal uit te sluiten.

Eenvoudige zelfdiagnose voor CTS: Het is mogelijk om aan de hand van 2 eenvoudige test een indicatieve diagnose te stellen voor de aandoening. Beide testen zijn er op gericht de carpale tunnel te vernauwen en zo de symptomen te induceren. Beide testen worden als positief beoordeeld als de klachten op dat moment optreden of toenemen. Indien geen van beide testen positief zijn, is de diagnose carpaal tunnelsyndroom weinig waarschijnlijk.

  • Test van Phalen:
    • Plaats beide handruggen tegen elkaar aan
    • Duw nu beide ellebogen naar beneden toe
    • Houd deze positie aan gedurende 30 seconden

                            

  • Tinel’s test
    • Houd de pols recht
    • Tik met de wijsvinger en middelvinger 30 seconden lang op de binnenzijde van de pols

                            

BEHANDELING

De behandeling van CTS kan op verschillende manieren plaatsvinden. Hierbij is het cruciaal zeker geen overhaaste beslissingen te nemen. In 25% van de gevallen verdwijnen de klachten spontaan binnen het jaar na de vaststelling van de eerste klachten. Zeker in het geval van zwangerschap is dit te verwachten zoals eerder aangegeven.

CTS is geen primair ontstekingsproces, echter wordt het nemen van ontstekingsremmers (NSAID’s of niet-steroïde anti-inflammatoire ontstekingsremmende geneesmiddelen) algemeen als verlichtend ervaren. Peesontsteking ten gevolge van irritatie kan de vernauwing in de pols versterken. Een ontstekingsremmer kan in voorkomend geval dus tijdelijk verlichting brengen. Daarnaast is het duidelijk dat de verlichting van de pijn de oorzaak niet wegneemt en het ook niet te verwachten valt dat dit tot verbetering van de klachten, noch op korte, noch op langere termijn, zal lijden.

Conservatief: In het geval van lichte klachten kan het helpen de polsen te ontzien door een al dan niet tijdelijke aanpassing van de normale activiteiten die de belasting veroorzaken. Het dragen van een spalk of polsbrace tijdens de dag of tijdens de nacht als nachtspalk kan het herstel bevorderen. Door het dragen van de brace worden pols en hand in een neutrale positie gebracht waardoor deze tot rust kunnen komen. Medical taping, waarbij een elastische tape of fysiotape over de carpale tunnel wordt aangebracht kan zeker ook verlichting brengen. Indien er na een 6 tal weken geen significante verbetering optreedt, heeft het weinig zin verder af te wachten en neemt u best contact met uw arts of behandelend geneesheer om een verdere diagnose te bekijken.

Toegenomen of zwaardere klachten: In geval van zwaardere of toegenomen klachten kan men overwegen een injectie met corticosteroïden (bijnierschorshormoon) te geven in het carpale kanaal. Dit zal in sommige gevallen effectief werken, maar is zeker niet altijd een garantie voor succes. De procedure kan relatief eenvoudig uitgevoerd worden door een arts en kan meerdere keren herhaald worden met tussenpozen van enkele weken. Indien dit geen effectieve verbetering van de klachten oplevert, kan operatief ingrijpen overwogen worden.  

Operatief: Indien de klachten aanhouden of acuut verergeren, kan een operatie soelaas bieden. Deze heeft meestal plaats onder lokale verdoving en neemt een 20 tal minuten in beslag. Praktisch wordt hierbij aan de palmzijde van de hand een kleine insnijding gemaakt (3-4 cm) waarbij het ligament dat de carpale tunnel bedekt (het zogenaamde dak) wordt losgemaakt. Hierbij treedt direct een verruiming van de carpale tunnel op en wordt de druk op de mediane zenuw weggenomen. Na de operatie wordt een drukverband geplaatst.

Postoperatief: Na de operatie moet u tijdelijk een draagdoek of mitella dragen. De hand wordt ter hoogte van het hart gedragen en hoort hierbij licht achterover gebogen te zijn. De duim en vingers kunnen vrij bewegen. Het is van groot belang dat de hand en pols “bewegend genezen” Het is belangrijk dat de pezen zo snel als mogelijk terug in beweging komen en maximaal gaan glijden. Meteen na de operatie kan er gestart worden met revalidatieoefeningen. Na een 14 tal dagen kunnen de hechtingen dan verwijderd worden.

De eerste 2 weken na de operatie wordt er algemeen een zekere gevoeligheid in de pols en hand ervaren. Geleidelijk aan treedt het herstel op (algemeen na een 6 tal weken) waarbij u de hand meer en meer terug kan inzetten voor de dagelijkse activiteiten. Het littekenweefsel kan echter wel nog verschillende maanden na de operatie gevoelig blijven. Gezien de ingreep de normale anatomie van de hand verstoord, wordt aangeraden de eerste 3 weken na de behandeling de belasting langzaam op te drijven zonder hierbij te overdrijven. Na deze 3 weken mag de hand principieel volledig belast worden. Fysiotherapie kan aangewezen zijn om geleidelijk aan de kracht in de handen terug op te bouwen. Immobilisatie van de pols of hand wordt postoperatief niet aanbevolen.

Daar CTS ook veelvuldig optreedt in de andere hand kan het gewenst zijn om deze  gelijktijdig mee te opereren. Dit kan met een tussenpauze tussen beide operaties van een 12 tal weken.

Naast de algemeen bekende complicaties en risico’s verbonden aan een ingreep zijn, in een minderheid van de gevallen, volgende complicaties mogelijk:

  • Verkleving van een (buig)pees in de peeskoker.
  • Eventuele zenuwbeklemming waardoor gevoelsstoornissen kunnen ontstaan welke niet meer helemaal weggaan, zeker als de klachten al maanden of jaren aansleepten.

PREVENTIE

Ingeval van een gekende gevoeligheid voor deze aandoening is het aangewezen preventief de hand en pols niet overdreven of overmatig te belasten. Preventieve oefeningen kunnen de spieren van de pols verstevigen. In geval van kantoorwerk kan een ergonomische houding aan een zit-sta bureau de ontwikkeling van CTS mee helpen voorkomen.

GERELATEERD

ONDERSTEUNENDE HULPMIDDELEN

Klik hier om naar de pagina te gaan met ondersteunende hulpmiddelen.

 

Capablis.be is de expert inzake ondersteunende hulpmiddelen. Indien je specifieke vragen hebt omtrent de selectie en het gebruik van onze hulpmiddelen helpen we je graag verder. Stuur ons je vraag via mail of bel ons op +32 (0)2/793.02.46